| |
Bouw
Planning. De start van de bouw van het Growind park was begin juli 2007. In de zomer van 2008 is het windpark volledig in bedrijf gekomen.
Inmeten. Het uitzetten van de locaties gebeurt door het markeren van het middelpunt van de fundatie met GPS-techniek. Vanuit dit middelpunt worden de plaatsen van de 30 heipalen uitgezet. Als laatste stap worden deze punten waar nodig gecorrigeerd voor de afwijking van de hoogte van de grondslag ter plaatse.

Heien. Door de grote winddruk op de rotor op 100 meter boven de grond worden de funderingspalen áchter de windturbine belast op druk en de palen vóór de windturbine belast op trek. Om deze trekkrachten voldoende op te kunnen nemen worden per fundatie 30 palen ter plaatse in de grond gestort. Op een ruim 30 meter lange metalen buis (fibrobuis) wordt een deksel geplaatst en deze wordt met een heistelling de grond in geslagen. Door het deksel vult zich de buis niet, maar wordt de grond verdrongen. Is de fibrobuis op diepte, dan wordt de betonwapening in de buis gebracht en wordt er vervolgens beton in gestort. Tot slot wordt de buis met de omgekeerde slagkracht weer uit de grond getrokken.
Fundering. Na het uitharden van de palen wordt de locatie circa 2 meter uitgegraven om het eigenlijke fundament van de turbine aan te kunnen leggen. Direct na uitgraven wordt op hoogte van onderkant fundatie een vlakke werkvloer van beton gestort. Daarna worden van de uitstekende palen "de koppen gesneld" (het beton verwijderd) en de betonwapening op 1,60 meter afgebrand. Daarmee is de werkplek gereedgekomen voor de ijzervlechter. Per fundatie brengen zij maar liefst 52.000 kilo staal aan! Als hun werk klaar is staat er een kooiconstructie met een diameter van 16 meter en een hoogte van 2 - 2,5 meter.
Zijn de ijzervlechters klaar, dan worden de houten bekistingssegmenten rond het ijzer geplaatst en onderling en aan de werkvloer bevestigd. Ondertussen wordt de 26 ton wegende insertring op de locatie geleverd; de ring waarop de turbinemast wordt opgebouwd. Met zes verstelbare poten wordt de insertring millimeter voor millimeter voorzichtig en nauwkeurig in de wapening en precies waterpas geplaatst.
De eerste betonstort vult de bekisting ongeveer voor de helft, tot onderaan de insertring. Voor de tweede stort wordt de plaats van de insertring opnieuw gecontoleerd. Voor de tweede stort wordt eerst ook nog de "bovenwapening" aangebracht, die met tientallen zware staven door de insertring steekt. Vier kalenderdagen na de eerste stort kan de tweede stort volgen. Na veertien dagen is het beton voldoende uitgehard om de turbine te kunnen plaatsen en na achtentwintig dagen voldoende om de windturbine in bedrijf te mogen nemen.
Het oprichten van de windturbine. Met een (relatief lichte) mobiele kraan worden op de eerste dag de eerste drie segmenten van de mast geplaatst. Op de tweede dag volgen de laatste twee segmenten, de gondel en de hub en op de derde dag de rotorbladen, met een veel zwaardere rupskraan.

Foto's en detailinformatie per turbine (klik op de tekstbalkjes voor meer foto's)
|
| |